Frank ’t Hart gaat in zijn recente JOR-annotatie (JOR 2024/11) in op de tweedeling die het leerstuk van zorgplicht jegens derden kent.
Ten eerste, de zorgplicht vanwege specifieke deskundigheid die de instelling heeft ten aanzien van het financieel toezichtsrecht. Denk aan het handelen in strijd met een wettelijke vergunningsplicht of de prospectusplicht, onderwerpen die ook centraal stonden in het MeesPierson/Ten Bos, Safe Haven en Van den Berg arrest.
Ten tweede, de huidige tendens om banken en andere instellingen aansprakelijk te stellen, omdat die instellingen wisten dan wel behoorden te weten dat crediteuren van een klant van die instelling benadeeld werden. Dat doet zich met name voor in zaken waar aan een bank wordt verweten dat die uit hoofde van het haar Wwft-monitoringsplicht wist of behoorde te vermoeden dat mogelijk sprake was van onregelmatigheden. Deze zorgplicht jegens derden wordt vooralsnog begrensd door twee belangrijke voorwaarden.
Frank ‘t Hart
Partner
Frank ’t Hart is sinds 1992 advocaat en gespecialiseerd in financieel recht. Hij was General Counsel bij een bankverzekeraar en is daarnaast actief als docent en redacteur in het financieel recht.